Na ongeveer negen maanden zwangerschap wordt een baby geboren. De geboorte verloopt in vier fasen: indaling, ontsluiting, uitdrijving en nageboorte.
Tijdens de indaling zakt het hoofdje van de baby naar beneden in het bekken van de moeder. Daarna beginnen de weeën en gaat de baarmoedermond open (ontsluiting). Vervolgens wordt de baby door persweeën naar buiten geduwd (uitdrijving). Na de geboorte komen de placenta, vruchtvliezen en de resten van de navelstreng naar buiten (nageboorte).
Na deze les kun je:
Aan het einde van de zwangerschap zakt de foetus in het bekken van de moeder. Het hoofdje ligt dan naar beneden. Dit heet de indaling.
Hierdoor drukt het hoofdje op de baarmoedermond, wat helpt bij de volgende fase van de bevalling.
De bevalling begint met weeën: samentrekkingen van de spieren in de baarmoederwand.
Door de weeën opent de baarmoedermond zich steeds verder. Dit heet ontsluiting.
Bij volledige ontsluiting (ongeveer 10 cm) past het hoofdje van de baby door de baarmoedermond.
Vaak breken tijdens deze fase de vruchtvliezen en komt vruchtwater naar buiten.
In deze fase worden de weeën krachtiger. De spieren van de buik en de baarmoeder trekken samen: dit zijn de persweeën.
De baby wordt dan langzaam door de vagina naar buiten geduwd. Dit kan enkele minuten tot twee uur duren.
Na de geboorte begint de baby meestal te huilen — dat is een goed teken, want de ademhaling is op gang gekomen.
Na de geboorte is de bevalling nog niet klaar.
Er komen nog drie delen uit de baarmoeder:
Meestal ligt de baby met het hoofdje naar beneden. Dat heet de normale ligging.
Als de baby met de billen of voeten naar beneden ligt, heet dat een stuitligging.
Bij een stuitligging kan de baby soms niet via de vagina geboren worden. Dan wordt er een keizersnede gedaan: een operatie waarbij de baby via de buikwand uit de baarmoeder wordt gehaald.
Na de geboorte helpt een kraamverzorgster het gezin. Zij controleert of het goed gaat met moeder en baby, helpt bij de verzorging en ondersteunt bij borstvoeding.
Moedermelk bevat voedingsstoffen en afweerstoffen die de baby beschermen tegen ziekten.
Wat gebeurt er bij de indaling?
Antwoord: Het hoofdje van de baby zakt in het bekken van de moeder.
Wat zijn weeën?
Antwoord: Samentrekkingen van de spieren in de baarmoederwand.
Wat is volledige ontsluiting?
Antwoord: De baarmoedermond is 10 centimeter open, zodat het hoofdje van de baby erdoor kan.
Wat is de nageboorte?
Antwoord: De placenta, vruchtvliezen en resten van de navelstreng die na de baby naar buiten komen.
Wat is het verschil tussen een gewone bevalling en een keizersnede?
Antwoord: Bij een gewone bevalling komt de baby via de vagina naar buiten, bij een keizersnede via een operatie door de buikwand.
Bron: 3at2.pdf – Basisstof 5, Thema 2 Voortplanting en Seksualiteit oai_citation:0‡3at2.pdf oai_citation:1‡3at2.pdf oai_citation:2‡3at2.pdf