biologie

Thema 3 Ordening

Basisstof 2 Bacteriën en schimmels

Samenvatting

In deze les leer je wat bacteriën en schimmels zijn, welke kenmerken ze hebben en waarom ze zo belangrijk zijn voor de natuur én voor mensen. Je ontdekt dat bacteriën altijd eencellig zijn en zich snel kunnen delen. Schimmels kunnen eencellig zijn (gisten) of meercellig, en planten zich voort door deling of door sporen. Je leert ook hoe bacteriën en schimmels nuttig kunnen zijn, bijvoorbeeld bij het maken van yoghurt, brood en medicijnen, maar ook hoe ze schadelijk kunnen zijn en voedsel kunnen bederven.

Lesdoelen

Lesinhoud

Wat zijn bacteriën?

Bacteriën zijn eencellige organismen zonder celkern en zonder bladgroenkorrels. Ze hebben wel een celwand. Je kunt bacteriën niet met het blote oog zien. Zelfs met een gewone schoolmicroscoop zijn ze moeilijk te zien. Daarvoor heb je een elektronenmicroscoop nodig, die veel sterker vergroot.

Bacteriën planten zich voort door deling. Eén bacterie wordt er twee, daarna vier, daarna acht. Zo kan het aantal bacteriën heel snel toenemen. Een groep bacteriën die uit één bacterie ontstaat, noem je een bacteriekolonie.

Wat zijn schimmels?

Schimmels kunnen eencellig zijn, zoals gist, of meercellig, zoals de schimmel op brood of fruit.
Meercellige schimmels bestaan uit schimmeldraden. Aan het uiteinde van deze draden kunnen sporen ontstaan. Uit een spore groeit een nieuwe schimmel.

Schimmels hebben:

Gist (eencellige schimmel) plant zich voort door deling. Meercellige schimmels planten zich voort door sporen.

Nuttige bacteriën en schimmels

Veel bacteriën en schimmels zijn reducenten. Ze ruimen dode planten en dieren op. De stoffen die daarbij vrijkomen, zijn voeding voor planten.

Ze worden ook door mensen gebruikt:

Schadelijke bacteriën en schimmels

Sommige bacteriën en schimmels kunnen voedsel laten bederven.
Ze kunnen ook ziekten veroorzaken, zoals:

Goede hygiëne is daarom belangrijk:

Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Welke drie celkenmerken missen bacteriën?
    Antwoord: Ze hebben geen celkern en geen bladgroenkorrels, maar wél een celwand.

  2. Vraag: Hoe planten bacteriën zich voort?
    Antwoord: Door deling.

  3. Vraag: Hoe planten meercellige schimmels zich voort?
    Antwoord: Door sporen.

  4. Vraag: Noem twee producten die met behulp van schimmels worden gemaakt.
    Antwoord: Brood (gist), schimmelkaas.

  5. Vraag: Wat zijn reducenten?
    Antwoord: Organismen zoals bacteriën en schimmels die dode resten afbreken en voeding vrijmaken voor planten.


Toetsvragen

  1. Wat is een bacteriekolonie?
  2. Welke drie kenmerken hebben schimmels wel of niet?
  3. Waarom kun je bacteriën niet goed zien met een schoolmicroscoop?
  4. Hoe heet de voortplanting van gisten?
  5. Noem één voordeel van bacteriën voor de natuur.
  6. Noem twee manieren waarop schimmels nuttig zijn voor mensen.
  7. Wat is voedselbederf?
  8. Welke schimmel veroorzaakt zwemmerseczeem?
  9. Waarom moet je een antibioticakuur altijd afmaken?
  10. Noem twee manieren om voedselbederf te voorkomen.