biologie

Thema 3 Ordening

Basisstof 3 Planten

Samenvatting

In deze les leer je hoe biologen planten indelen in groepen op basis van hun bouw en hun manier van voortplanten. Het plantenrijk bestaat uit wieren (algen), sporenplanten en zaadplanten. Je leert de kenmerken van elke groep, zoals het hebben van bladeren, wortels of bloemen, en hoe planten zich voortplanten met sporen of zaden. Ook ontdek je voorbeelden uit de natuur, zoals mossen, varens en waterlelies.

Lesdoelen

Lesinhoud

Hoe worden planten ingedeeld?

Het plantenrijk wordt verdeeld in drie groepen:

  1. Wieren (algen)
  2. Sporenplanten
  3. Zaadplanten

Biologen kijken naar de bouw van een plant en naar de manier van voortplanten.


1. Wieren (algen)

Wieren kunnen eencellig of meercellig zijn.
Kenmerken:

Voorbeelden: boomalg, zeesla.


2. Sporenplanten

Sporenplanten hebben:

Ze planten zich voort door sporen.
Dit gebeurt op twee manieren:

Voorbeelden: haarmos, varens.


3. Zaadplanten

Zaadplanten planten zich voort met zaden.
De zaden kunnen groeien in:

Twee groepen zaadplanten:

  1. Bedektzadigen:
    • Hebben bloemen
    • Zaden liggen in vruchten
    • Voorbeelden: spinazie, winterpeen, waterlelie
  2. Naaktzadigen:
    • Hebben kegels
    • Zaden liggen tussen de schubben
    • Voorbeeld: dennenboom (pijnboompitjes zijn de zaden)

Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Welke drie groepen behoren tot het plantenrijk?
    Antwoord: Wieren, sporenplanten, zaadplanten.

  2. Vraag: Welke kenmerken hebben wieren?
    Antwoord: Geen wortels, stengels of bladeren.

  3. Vraag: Waar ontstaan sporen bij mossen?
    Antwoord: In sporendoosjes.

  4. Vraag: Waar ontstaan sporen bij varens?
    Antwoord: In sporenhoopjes aan de onderkant van het blad.

  5. Vraag: Wat is het verschil tussen bedektzadigen en naaktzadigen?
    Antwoord: Bij bedektzadigen liggen zaden in bloemen/vruchten; bij naaktzadigen liggen zaden tussen de schubben van een kegel.


Toetsvragen

  1. Wat is een kenmerk van alle wieren?
  2. Hoe planten eencellige wieren zich voort?
  3. Noem twee kenmerken van sporenplanten.
  4. Waar vind je de sporendoosjes bij mossen?
  5. Waar vind je de sporenhoopjes bij varens?
  6. Wat is een kenmerk van zaadplanten?
  7. Wat is een voorbeeld van een bedektzadige plant?
  8. Wat is een voorbeeld van een naaktzadige plant?
  9. Hoe verspreiden waterlelies hun zaden?
  10. Waarom hebben sporenplanten geen bloemen?