Thema 3 Ordening
Basisstof 4 Dieren
Samenvatting
In deze les leer je hoe biologen het dierenrijk indelen in verschillende groepen. Je ontdekt dat dieren worden ingedeeld op basis van hun skelet en andere kenmerken zoals leefomgeving, huid, voortplanting en bouw. Je leert wat een inwendig en uitwendig skelet is, en dat sommige dieren helemaal geen skelet hebben. Daarna maak je kennis met de zeven hoofdgroepen van het dierenrijk, zoals sponsdieren, neteldieren, wormen, weekdieren, stekelhuidigen, geleedpotigen en gewervelden.
Lesdoelen
- Je kunt uitleggen wat een skelet is en welke functies het heeft.
- Je kunt het verschil uitleggen tussen een inwendig en een uitwendig skelet.
- Je kunt dieren indelen in de zeven hoofdgroepen van het dierenrijk.
- Je kunt kenmerken herkennen van de verschillende diergroepen.
Lesinhoud
Wat is een skelet?
Een skelet bestaat uit de stevige delen van een dier. Het skelet heeft twee belangrijke functies:
- Stevigheid geven aan het lichaam.
- Bescherming van organen, zoals het hart, de longen of hersenen.
Er zijn drie mogelijkheden:
- Inwendig skelet: zit binnen in het lichaam, zoals bij mensen of vissen.
- Uitwendig skelet: zit aan de buitenkant, zoals bij een slak (huisje) of een kever (pantser).
- Geen skelet: zoals bij een kwal.
Indeling van het dierenrijk
Biologen delen dieren in zeven hoofdgroepen in. Bij deze indeling kijken ze vooral naar het skelet en de bouw van het dier.
1. Sponsdieren (sponzen)
- Uitwendig skelet
- Leven in het water
- Bestaan uit meerdere cellen
2. Neteldieren (holtedieren)
- Geen of weinig skelet
- Leven in het water
- Vangen prooi met tentakels met netelcellen
- Voorbeelden: kwallen, zeeanemonen
3. Wormen
- Geen skelet
- Lang, zacht lichaam
- Leven in water of op land
4. Weekdieren
- Soms een uitwendig skelet (schelp of huisje)
- Soms een inwendig skelet
- Soms helemaal geen skelet
- Leven in water of op land
- Voorbeelden: slakken, mosselen, inktvissen
5. Stekelhuidigen
- Hebben een pantserachtig skelet (uitwendig)
- Leven in het water
- Voorbeelden: zeesterren, zee-egels
6. Geleedpotigen
- Altijd een uitwendig skelet (pantser)
- Lichaam en poten bestaan uit stukjes: segmenten en leden
- Veel soorten (meeste dierensoorten behoren hiertoe)
- Vier groepen:
- Insecten (6 poten)
- Spinachtigen (8 poten)
- Kreeftachtigen (10 poten)
- Veelpotigen (meer dan 10 poten)
7. Gewervelden
- Inwendig skelet
- Hebben een wervelkolom
- Vijf groepen:
- vissen
- amfibieën
- reptielen
- vogels
- zoogdieren
Voorbeelden uit de les
- Een kwal hoort bij de neteldieren.
- Een worm en een slang lijken op elkaar, maar een slang is een gewervelde en een worm niet.
- Een mens heeft een inwendig skelet en behoort tot de zoogdieren.
Praktische toepassingen
- Je kunt dieren die je buiten ziet sneller herkennen.
- Je weet waarom een insect zes poten heeft en een spin acht.
- Je kunt verklaren waarom sommige dieren vervellen: hun uitwendig skelet kan niet meegroeien.
- Je kunt uitleggen waarom slangen opwarmen in de zon: ze zijn koudbloedig.
Controlevragen en antwoorden
-
Vraag: Wat zijn de twee belangrijkste functies van het skelet?
Antwoord: Stevigheid geven en organen beschermen.
-
Vraag: Wat is het verschil tussen een inwendig en een uitwendig skelet?
Antwoord: Een inwendig skelet zit binnen in het lichaam; een uitwendig skelet zit aan de buitenkant van het lichaam.
-
Vraag: Tot welke groep behoort een kwal?
Antwoord: Neteldieren (holtedieren).
-
Vraag: Hoe kun je insecten herkennen?
Antwoord: Ze hebben zes poten en een uitwendig skelet.
-
Vraag: Wat is een kenmerk van gewervelden?
Antwoord: Ze hebben een inwendig skelet met een wervelkolom.
Toetsvragen
- Wat zijn de twee functies van een skelet?
- Welke drie soorten “skeletsoorten” kunnen dieren hebben?
- Tot welke diergroep behoort een zeeanemoon?
- Wat is een kenmerk van wormen?
- Wat is een pantser bij geleedpotigen?
- Hoeveel poten heeft een spin?
- Noem een voorbeeld van een weekdier.
- Wat is het belangrijkste kenmerk van gewervelden?
- Waarom behoren slangen niet tot de wormen?
- Wat is een voorbeeld van een stekelhuidige?