biologie

Thema 3 Ordening

Basisstof 6 Organismen determineren

Samenvatting

In deze les leer je hoe je kunt uitzoeken bij welke soort een organisme hoort. Dit heet determineren. Je gebruikt daarbij kenmerken van het organisme, zoals de vorm van een blad, aanwezigheid van bloemen of naalden, of andere zichtbare eigenschappen. Je leert hoe je een zoekkaart en determineertabel gebruikt om stap voor stap bij de juiste naam van een plant of dier uit te komen.

Lesdoelen


Lesinhoud

Wat is determineren?

Determineren betekent dat je de naam van een organisme opzoekt door te kijken naar kenmerken.
Kenmerken zijn eigenschappen die je van buiten kunt zien, zoals:

Door de kenmerken te vergelijken met een zoekkaart of determineertabel kom je stap voor stap bij de juiste groep en uiteindelijk bij de juiste soort.


De zoekkaart

Een zoekkaart is een schema dat je van boven naar beneden volgt.
Je begint bij START en kiest steeds het antwoord dat klopt, bijvoorbeeld:

Bij elke stap volg je een pijl. Zo kom je uiteindelijk uit bij:

In de les zie je een voorbeeld van een zoekkaart voor planten.


De determineertabel

Een determineertabel bestaat uit genummerde stappen.
Je begint bij 1 en kiest uit twee mogelijkheden, bijvoorbeeld:

1a. Stuifmeelkorrel is rond → ga naar stap 2
1b. Stuifmeelkorrel heeft stekels → ga naar stap 3

Zo ga je steeds verder totdat je bij de naam van de soort bent.

Een determineertabel is handig wanneer je werkt met kleine onderdelen, zoals:


Voorbeeld uit het boek

Je ziet vier planten in afbeelding 2 (uit het boek).
Door de zoekkaart te gebruiken bepaal je:

Je vult in de tabel steeds de letters in die je volgt op de zoekkaart. Zo kies je de juiste weg naar de naam van de plant.


Waarom is determineren belangrijk?


Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Wat betekent determineren?
    Antwoord: Het opzoeken van de naam van een organisme aan de hand van kenmerken.

  2. Vraag: Waarmee begin je op een zoekkaart?
    Antwoord: Bij START, waarna je vragen over kenmerken volgt.

  3. Vraag: Wat gebruik je als je stap voor stap door genummerde vragen gaat?
    Antwoord: Een determineertabel.

  4. Vraag: Waarom zijn kenmerken belangrijk bij determineren?
    Antwoord: Omdat je daarmee organismen kunt vergelijken en indelen.

  5. Vraag: Bij welke vraag kun je denken aan planten: “Heeft de plant bloemen of zaden?”
    Antwoord: Dit helpt bepalen of de plant een zaadplant is of een sporenplant.


Toetsvragen

  1. Wat is een kenmerk dat helpt bij het determineren van planten?
  2. Wat betekent determineren?
  3. Waar begin je op een zoekkaart?
  4. Wat doe je wanneer je bij een keuze “a of b” komt in een determineertabel?
  5. Wat is een sporenplant?
  6. Wat is het verschil tussen een bedektzadige en een naaktzadige?
  7. Welke planten hebben sporenhoopjes onder het blad?
  8. Waarom moet je nauwkeurig kijken bij determineren?
  9. Wat is een voordeel van een determineertabel?
  10. Hoe weet je of een plant een zaadplant is?