Thema 4 Stevigheid en beweging
Basisstof 2 Kraakbeenweefsel en beenweefsel
Samenvatting
Je skelet moet stevig zijn, maar ook een beetje kunnen buigen. Dat kan dankzij twee soorten weefsel: beenweefsel en kraakbeenweefsel. In deze les leer je wat de verschillen zijn tussen deze twee weefsels en hoe botten veranderen tijdens je leven.
Lesdoelen
- Je kunt kenmerken noemen van beenweefsel en kraakbeenweefsel.
- Je kunt uitleggen wat kalkzouten en lijmstof doen.
- Je kunt beschrijven hoe botten veranderen van baby tot oudere.
Lesinhoud
Twee weefsels zorgen samen voor stevigheid in het skelet:
- Beenweefsel
- Kraakbeenweefsel
Beenweefsel
Beenweefsel is:
- heel stevig
- bijna niet buigzaam
In beenweefsel zitten:
- botcellen
- tussencelstof
- kalkzouten
- lijmstof
Kalkzouten zorgen ervoor dat botten hard zijn.
Lijmstof zorgt ervoor dat botten een beetje kunnen buigen.
Samen zorgen kalkzouten en lijmstof voor stevigheid.
Kraakbeenweefsel
Kraakbeenweefsel is:
In kraakbeenweefsel zitten:
- kraakbeencellen
- tussencelstof
- kalkzouten
- lijmstof
Kraakbeen komt bijvoorbeeld voor:
- in de oorschelpen
- in de neus
- tussen borstbeen en ribben
- tussen de wervels
Deze plaatsen moeten stevig én soepel zijn.
Veranderingen tijdens het leven
Botten veranderen tijdens je leven.
Bij baby’s
- Het skelet bestaat bijna helemaal uit kraakbeenweefsel.
Bij kinderen
- Er zit veel lijmstof in de botten.
- Daardoor zijn botten buigzaam.
Bij volwassenen en ouderen
- Er komen meer kalkzouten in de botten.
- Er zit minder lijmstof in.
- Botten worden harder.
- Botten worden minder buigzaam.
- Daardoor breken botten sneller.
Praktische toepassingen
- Als je je neus buigt, voel je kraakbeen.
- Als je aan je oor trekt, merk je dat het soepel is door kraakbeen.
- Oudere mensen breken sneller een bot bij een val.
- Door gezond te leven blijven botten zo sterk mogelijk.
Denk eens na: waarom hebben baby’s minder kans op een botbreuk dan ouderen?
Controlevragen en antwoorden
-
Vraag: Welke twee weefsels geven stevigheid aan het skelet?
Antwoord: Beenweefsel en kraakbeenweefsel.
-
Vraag: Wat doen kalkzouten in botten?
Antwoord: Ze maken botten hard.
-
Vraag: Wat doet lijmstof in botten?
Antwoord: Het zorgt ervoor dat botten kunnen buigen.
-
Vraag: Waar komt kraakbeen voor in het lichaam?
Antwoord: Bijvoorbeeld in de oorschelpen, neus, tussen borstbeen en ribben en tussen de wervels.
-
Vraag: Waarom breken botten sneller bij oudere mensen?
Antwoord: Omdat er meer kalkzouten en minder lijmstof in de botten zit.
Toetsvragen
- Wat is het verschil tussen beenweefsel en kraakbeenweefsel?
- Waarom zijn botten stevig?
- Waarom kunnen botten een beetje buigen?
- Waaruit bestaat het skelet van een baby vooral?
- Wat verandert er in botten als iemand ouder wordt?
- Waarom zijn kinderbotten buigzamer dan botten van ouderen?
- Noem twee plaatsen waar kraakbeen voorkomt.
- Wat is de functie van kalkzouten?
- Wat is de functie van lijmstof?
- Waarom is het belangrijk dat botten zowel stevig als een beetje buigzaam zijn?
Antwoorden toetsvragen
- Beenweefsel is heel stevig en bijna niet buigzaam; kraakbeenweefsel is stevig en buigzaam
- Door kalkzouten
- Door lijmstof
- Kraakbeenweefsel
- Meer kalkzouten en minder lijmstof
- Omdat ze meer lijmstof bevatten
- Oorschelp, neus, tussen ribben en borstbeen, tussen wervels
- Maakt botten hard
- Zorgt voor buigzaamheid
- Voor stevigheid én om breken te voorkomen