Zonder spieren kun je niet bewegen. Spieren trekken samen en zorgen ervoor dat botten bewegen. In deze les leer je hoe spieren zijn opgebouwd en hoe ze samenwerken om beweging mogelijk te maken.
Spieren zijn nodig om je lichaam te bewegen.
Alle skeletspieren samen vormen het spierstelsel.
Om een spier zit een spierschede.
Dit is stevig bindweefsel dat de spier beschermt.
Aan beide uiteinden van de spier gaat de spierschede over in een pees.
Een pees:
De plek waar een pees aan een bot vastzit, heet de aanhechtingsplaats.
Een spier bestaat uit spierbundels.
Een spierbundel bestaat uit spiervezels.
Spiervezels trekken samen onder invloed van seintjes van zenuwcellen.
Als een spier samentrekt:
De spier trekt de aanhechtingsplaatsen naar elkaar toe.
Daardoor ontstaat beweging.
Spieren kunnen alleen trekken.
Ze kunnen niet duwen.
Spieren werken vaak samen in paren.
Zo’n paar noem je een antagonistisch paar.
Voorbeeld in de arm:
Als de ene spier samentrekt, ontspant de andere.
Voel eens aan je bovenarm terwijl je je arm buigt. Wat gebeurt er met de spier?
Vraag: Wat is de functie van spieren?
Antwoord: Spieren zorgen voor beweging van het lichaam.
Vraag: Wat is een pees?
Antwoord: Een verbinding tussen spier en bot, huid of andere spier.
Vraag: Wat gebeurt er met een spier als hij samentrekt?
Antwoord: De spier wordt korter en dikker.
Vraag: Wat is een antagonistisch paar?
Antwoord: Twee spieren die tegengesteld werken.
Vraag: Wat doet een buigspier?
Antwoord: Die trekt de botten naar elkaar toe zodat een gewricht buigt.
Antwoorden toetsvragen