biologie

Thema 5 Ecologie

Basisstof 5 Aanpassingen bij planten

Samenvatting

In deze les leer je dat planten aangepast zijn aan hun omgeving.
Planten kunnen leven in droge of natte gebieden en bij veel of weinig licht.
Door deze aanpassingen kunnen ze beter overleven.

Lesdoelen

Lesinhoud

Aanpassingen aan water

Planten die in een vochtig milieu leven, hebben vaak:

Deze planten hoeven minder water vast te houden.


Aanpassingen aan droogte

Planten in een droog milieu hebben juist andere aanpassingen:

Deze aanpassingen helpen om water vast te houden en te vinden.


Aanpassingen aan licht

Planten verschillen ook in hoeveel licht ze nodig hebben.

Zonplanten

Schaduwplanten

Voorjaarsbloeiers

Klimplanten


Belangrijke begrippen


Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Hoe zien bladeren eruit bij planten in een vochtig milieu?
    Antwoord: Groot en dun.

  2. Vraag: Waarom hebben planten in een droog milieu een dik waslaagje?
    Antwoord: Om water vast te houden.

  3. Vraag: Wat is een zonplant?
    Antwoord: Een plant die veel licht nodig heeft.

  4. Vraag: Wat is een schaduwplant?
    Antwoord: Een plant die weinig licht nodig heeft.

  5. Vraag: Hoe klimmen klimplanten omhoog?
    Antwoord: Met hechtwortels of ranken.


Toetsvragen

  1. Hoe zijn planten aangepast aan een vochtig milieu?
  2. Noem twee aanpassingen van planten aan droogte.
  3. Waarom hebben sommige planten stekels?
  4. Wat is een zonplant?
  5. Wat is een schaduwplant?
  6. Waar groeien schaduwplanten vaak?
  7. Wat zijn voorjaarsbloeiers?
  8. Hoe helpen ranken een plant?
  9. Waarom hebben planten een groot wortelstelsel in droge gebieden?
  10. Wat is een aanpassing?

Referentie

Bron(nen): Geüploade samenvatting Thema 5 Ecologie