Thema 2 Voortplanting en seksualiteit
Basisstof 3 Vruchtbaar worden
Samenvatting
In deze basisstof leer je hoe mannen en vrouwen vruchtbaar worden en hoe bevruchting plaatsvindt. Vruchtbaarheid betekent dat iemand in staat is om kinderen te krijgen. Je leert over de vorming van zaadcellen en eicellen, de menstruatiecyclus en het moment waarop een bevruchting kan plaatsvinden.
Lesdoelen
- Je kunt uitleggen wat vruchtbaarheid betekent.
- Je weet waar en wanneer zaadcellen en eicellen worden gevormd.
- Je kunt beschrijven wat er gebeurt tijdens de menstruatiecyclus.
- Je begrijpt wanneer de kans op bevruchting het grootst is.
Lesinhoud
De man
In de teelballen van de man worden vanaf de puberteit voortdurend zaadcellen gemaakt.
Deze komen terecht in de bijballen, waar ze worden opgeslagen.
Tijdens een zaadlozing komt het sperma via de urinebuis naar buiten.
Sperma bestaat uit miljoenen zaadcellen met vocht uit de zaadblaasjes en prostaatklier.
De man is vanaf de puberteit meestal zijn hele leven vruchtbaar.
De vrouw
In de eierstokken van de vrouw groeien eicellen.
Elke maand rijpt er meestal één eicel in een van de eierstokken.
Tijdens de ovulatie (ook wel eisprong) komt de eicel vrij en wordt opgevangen door de eileider.
De eicel kan daar ongeveer één dag bevrucht worden.
Als er geen bevruchting plaatsvindt, sterft de eicel af.
De menstruatiecyclus
De menstruatiecyclus duurt gemiddeld 28 dagen.
- Dag 1 t/m 5: De menstruatie — het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten.
- Rond dag 14: De eisprong — de eicel komt vrij.
- Na de eisprong: Het baarmoederslijmvlies wordt dikker om een bevruchte eicel op te vangen.
- Geen bevruchting: Het slijmvlies wordt weer afgestoten, en de cyclus begint opnieuw.
De vrouw is het meest vruchtbaar rond de eisprong, dus ongeveer twee weken vóór de volgende menstruatie.
Praktische toepassingen
- Kennis van de menstruatiecyclus helpt bij het begrijpen van vruchtbaarheid en zwangerschap.
- Jongeren leren dat vruchtbaarheid verschilt tussen mannen en vrouwen.
- Dit onderwerp helpt bij bewust nadenken over relaties en verantwoordelijkheid bij voortplanting.
Controlevragen en antwoorden
-
Vraag: Waar worden de zaadcellen gemaakt?
Antwoord: In de teelballen van de man.
-
Vraag: Wat gebeurt er bij een eisprong?
Antwoord: Een rijpe eicel komt vrij uit de eierstok.
-
Vraag: Hoelang kan een eicel bevrucht worden?
Antwoord: Ongeveer één dag.
-
Vraag: Wat is menstruatie?
Antwoord: Het afstoten van het baarmoederslijmvlies als er geen bevruchting heeft plaatsgevonden.
-
Vraag: Wanneer is de kans op zwangerschap het grootst?
Antwoord: Rond de eisprong, ongeveer veertien dagen vóór de volgende menstruatie.
Toetsvragen
- Wat betekent het begrip vruchtbaar?
- Waar worden zaadcellen opgeslagen?
- Hoe lang blijft een eicel in leven na de eisprong?
- Wat gebeurt er met de eicel als er geen bevruchting plaatsvindt?
- Welke drie klieren spelen een rol bij de vorming van sperma?
- Wanneer in de cyclus vindt de eisprong plaats?
- Wat gebeurt er met het baarmoederslijmvlies na de eisprong?
- Waarom is de man meestal levenslang vruchtbaar en de vrouw niet?
- Wat is de functie van de eileiders?
- Hoe lang duurt een gemiddelde menstruatiecyclus?
Antwoorden toetsvragen:
- Dat iemand kinderen kan voortbrengen.
- In de bijballen.
- Ongeveer één dag.
- De eicel sterft af en verlaat het lichaam via de menstruatie.
- Teelballen, zaadblaasjes en prostaatklier.
- Rond dag 14 van de menstruatiecyclus.
- Het wordt dikker om een bevruchte eicel op te vangen.
- Omdat mannen voortdurend zaadcellen blijven maken, vrouwen niet.
- Ze vervoeren de eicel van de eierstok naar de baarmoeder.
- Ongeveer 28 dagen.
Referentie
Bron: 3GTbvj_thema_1 edit.pdf — Biologiemethode “Organen en Cellen”, thema 2 voortplanting en seksualiteit, basisstof 3.