biologie

Thema 3 Genetica

Basisstof 4 Geslachtschromosomen

Samenvatting

In deze les leer je hoe geslachtschromosomen het geslacht van een mens bepalen en hoe sommige eigenschappen X-chromosomaal worden overgeërfd. Je ontdekt hoe kruisingsschema’s werken bij X-chromosomale eigenschappen en waarom bepaalde aandoeningen vaker bij jongens voorkomen.

Lesdoelen

Na deze les kun je:

Lesinhoud

Wat zijn geslachtschromosomen?

Een menselijke lichaamscel bevat 23 paar chromosomen, waarvan 22 autosomen en 1 paar geslachtschromosomen.

Tijdens meiose ontstaan geslachtscellen (eicellen en zaadcellen) die elk maar één geslachtschromosoom bevatten:

Het geslacht wordt bepaald door de zaadcel:

X-chromosomale overerving

Het X-chromosoom bevat veel meer genen dan het Y-chromosoom.
Daarom bestaan er eigenschappen waarvan het gen alleen op het X-chromosoom ligt.
Deze noem je X-chromosomaal.

Voorbeelden: kleurenblindheid, sommige oogkleuren bij fruitvliegen.

Weergeven van allelen:

Vrouwen kunnen:

Mannen hebben maar één X:

Daarom hebben jongens vaker X-chromosomale aandoeningen:
ze hebben maar één X, dus het recessieve allel wordt niet “verstopt”.

Voorbeeld: fruitvliegjes

Rode ogen zijn dominant (XA)
Witte ogen zijn recessief (Xa)

Kruising: vrouwtje XAXA × mannetje XaY

F1:

Kruising F1 × F1 levert o.a. mannetjes met witte ogen op (XaY).

Dit patroon — afwijkend fenotype vooral bij jongens — wijst op X-chromosomale overerving.

Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Welk chromosoom bepaalt het geslacht van een baby?
    Antwoord: Het geslachtschromosoom in de zaadcel (X of Y).

  2. Vraag: Waarom komen X-chromosomale aandoeningen vaker voor bij jongens?
    Antwoord: Jongens hebben maar één X-chromosoom, dus een recessief allel komt direct tot uiting.

  3. Vraag: Wat betekent het als een vrouw draagster is?
    Antwoord: Zij heeft één recessief X-allel maar toont de aandoening niet (XAXa).

  4. Vraag: Wat voor geslachtschromosomen heeft een eicel?
    Antwoord: Altijd een X-chromosoom.

  5. Vraag: Hoe geef je een recessief X-chromosomaal allel weer?
    Antwoord: Met Xa.


Toetsvragen

  1. Wat is het verschil tussen autosomen en geslachtschromosomen?
  2. Hoeveel geslachtschromosomen bevat een lichaamscel van een vrouw?
  3. Wat bepaalt of een zygote een jongen of een meisje wordt?
  4. Waarom bevat het Y-chromosoom minder genen dan het X-chromosoom?
  5. Wat is X-chromosomale overerving?
  6. Waarom kunnen vrouwen draagster zijn van een recessief allel, maar mannen niet?
  7. Maak een kruisingsschema voor XAXa × XaY.
  8. Wat is het fenotype van een man met genotype XaY?
  9. Wat is het genotype van een vrouw die een recessieve X-aandoening heeft?
  10. Welke verhouding in nakomelingen wijst vaak op X-chromosomale overerving?

Referentie

Bron: H_T3_Erfelijkheid.pdf, Basisstof 4 Geslachtschromosomen, p.194–199.