Thema 4 Ecologie HAVO
Basisstof 2 Bacteriën, virussen, schimmels
Samenvatting
In deze basisstof leer je de kenmerken van bacteriën, virussen en schimmels. Je leert hoe bacteriën zijn opgebouwd en hoe ze zich voortplanten. Je ontdekt dat virussen geen organismen zijn en hoe ze zijn opgebouwd. Ook leer je wat schimmels zijn, hoe ze zich voeden en hoe ze zich voortplanten. Tot slot leer je hoe mensen bacteriën en schimmels gebruiken en hoe ze ziekten kunnen veroorzaken.
Lesdoelen
- Je kunt kenmerken van bacteriën noemen.
- Je kunt uitleggen hoe bacteriën zich voortplanten.
- Je kunt uitleggen waarom virussen geen organismen zijn.
- Je kunt kenmerken van schimmels beschrijven.
- Je kunt voorbeelden geven van het nut en het gevaar van bacteriën en schimmels.
Lesinhoud
1. Bacteriën
Bacteriën zijn eencellige organismen.
Bouw van bacteriën
- De chromosomen liggen los in het cytoplasma.
- Veel soorten hebben één groot, cirkelvormig chromosoom.
- Sommige soorten hebben daarnaast kleine, cirkelvormige plasmiden.
- De chromosomen bestaan alleen uit DNA en bevatten geen eiwitmoleculen.
Omdat het DNA los in de cel ligt, hebben bacteriën geen celkern.
Voortplanting
- Bacteriën planten zich vooral voort door deling.
- Tijdens de deling zijn de chromosomen vastgehecht aan het celmembraan.
Door snelle deling kan het aantal bacteriën snel toenemen.
Gebruik door de mens
Bacteriën worden gebruikt bij:
- De productie van yoghurt, kaas en zuurkool
- De productie van geneesmiddelen en hormonen
- Afvalwaterzuivering
- De productie van wasmiddelenzymen
Nadelen
- Bacteriën kunnen ziekten veroorzaken.
- Ze kunnen voedsel bederven.
2. Virussen
Virussen zijn geen organismen.
Bouw van virussen
- Bestaan uit DNA of RNA
- Omgeven door een eiwitmantel
Virussen hebben geen cellen en geen stofwisseling.
Speciale virussen
- Virussoorten die bacteriën als gastheer gebruiken heten bacteriofagen.
Virussen kunnen zich alleen vermenigvuldigen in een gastheercel.
3. Schimmels
Schimmels zijn organismen.
Kenmerken
- Hebben een celkern
- Hebben een celwand
- Hebben geen bladgroen
- Zijn heterotroof
Schimmels voeden zich met dode resten van organismen.
Soorten schimmels
Gisten:
- Eencellige schimmels
- Planten zich voort door knopvorming en deling
Meercellige schimmels:
- Planten zich voort door sporen
Gebruik door de mens
Schimmels worden gebruikt bij:
- De bereiding van kaas, brood en alcohol
- De productie van penicilline (een antibioticum)
Nadelen
- Schimmels kunnen ziekten veroorzaken, zoals zwemmerseczeem.
Praktische toepassingen
- Je ziet bacteriën terug in yoghurt en kaas die je eet.
- Je gebruikt producten waarin bacteriën of schimmels zijn toegepast, zoals brood en antibiotica.
- Je weet dat voedsel sneller kan bederven door bacteriën.
- Je begrijpt waarom virussen alleen kunnen leven in een gastheercel.
Controlevragen en antwoorden
-
Vraag: Waar ligt het DNA bij bacteriën?
Antwoord: Los in het cytoplasma.
-
Vraag: Hoe planten bacteriën zich meestal voort?
Antwoord: Door deling.
-
Vraag: Waarom zijn virussen geen organismen?
Antwoord: Omdat ze geen cellen hebben en geen eigen stofwisseling.
-
Vraag: Waarom zijn schimmels heterotroof?
Antwoord: Omdat ze zich voeden met dode resten van organismen.
-
Vraag: Noem één toepassing van schimmels door de mens.
Antwoord: Bijvoorbeeld bij de bereiding van brood, kaas, alcohol of bij de productie van penicilline.
Toetsvragen
- Wat is een plasmide?
- Waaruit bestaan de chromosomen van bacteriën?
- Noem twee toepassingen van bacteriën door de mens.
- Waaruit bestaat een virus?
- Wat is een bacteriofaag?
- Hebben schimmels bladgroen?
- Hoe planten gisten zich voort?
- Hoe planten meercellige schimmels zich voort?
- Noem een ziekte die door schimmels kan worden veroorzaakt.
- Noem een nadeel van bacteriën.
Referentie
Bron: h_T4_Samenvatting.pdf oai_citation:0‡h_T4_Samenvatting.pdf