biologie

Thema 4 Ecologie HAVO

Basisstof 3 De evolutietheorie

Samenvatting

In deze basisstof leer je wat evolutie is en wat de neodarwinistische evolutietheorie inhoudt. Je ontdekt hoe genetische variatie ontstaat en hoe natuurlijke selectie werkt. Ook leer je wat fitness en selectiedruk betekenen. Verder leer je hoe nieuwe soorten ontstaan door reproductieve isolatie en wat begrippen zoals soort en populatie betekenen.

Lesdoelen


Lesinhoud

1. Wat is evolutie?

Evolutie is de ontwikkeling van het leven op aarde.

Soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen in de loop van de tijd.


2. De neodarwinistische evolutietheorie

De neodarwinistische evolutietheorie gaat uit van drie belangrijke onderdelen:


3. Genetische variatie

Binnen één soort verschillen individuen van elkaar.

Dit komt door:

Door deze verschillen hebben individuen een verschillend genotype en fenotype.

Een soort met grote genetische variatie heeft een grotere overlevingskans.


4. Natuurlijke selectie

Niet alle individuen hebben dezelfde kans om te overleven.

Selectiedruk is de invloed van milieufactoren op de genetische variatie in een populatie.

Fitness betekent dat individuen met een gunstig genotype meer nakomelingen krijgen die blijven leven en zich voortplanten.

Door natuurlijke selectie blijven gunstige mutaties bestaan. Ongunstige varianten verdwijnen.


5. Soorten en populaties

Soort:
Organismen die onderling vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.

Een soort kan bestaan uit verschillende rassen.

Populatie:
Een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich onderling voortplant.


6. Reproductieve isolatie

Voor het ontstaan van een nieuwe soort is reproductieve isolatie nodig.

Dit betekent dat individuen van verschillende populaties zich gedurende lange tijd niet met elkaar voortplanten.

Dit kan ontstaan door:

Als populaties lang genoeg gescheiden blijven, kunnen ze uitgroeien tot verschillende soorten.


Praktische toepassingen


Controlevragen en antwoorden

  1. Vraag: Wat is evolutie?
    Antwoord: De ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen.

  2. Vraag: Waardoor ontstaat genetische variatie?
    Antwoord: Door mutaties en recombinatie.

  3. Vraag: Wat is natuurlijke selectie?
    Antwoord: Het proces waarbij individuen die beter aangepast zijn aan hun milieu een grotere overlevingskans hebben.

  4. Vraag: Wat betekent fitness?
    Antwoord: Dat individuen met een gunstig genotype meer nakomelingen krijgen die blijven leven en zich voortplanten.

  5. Vraag: Wat is reproductieve isolatie?
    Antwoord: Dat individuen van verschillende populaties zich gedurende lange tijd niet met elkaar voortplanten.


Toetsvragen

  1. Wat zijn de drie uitgangspunten van de neodarwinistische evolutietheorie?
  2. Wat is een populatie?
  3. Wat is het verschil tussen genotype en fenotype?
  4. Wat betekent selectiedruk?
  5. Waarom is genetische variatie belangrijk voor een soort?
  6. Wanneer behoren organismen tot dezelfde soort?
  7. Noem twee oorzaken van reproductieve isolatie.
  8. Wat gebeurt er met ongunstige mutaties bij natuurlijke selectie?
  9. Wat gebeurt er als populaties langdurig van elkaar gescheiden zijn?
  10. Wat betekent survival of the fittest?

Referentie

Bron: h_T4_Samenvatting.pdf oai_citation:0‡h_T4_Samenvatting.pdf