Thema 4 Ecologie HAVO
Basisstof 5 Onderzoek naar evolutie
Samenvatting
In deze basisstof leer je hoe biologen verwantschap tussen soorten onderzoeken. Je leert dat ze kijken naar de bouw van organismen en naar het DNA. Ook leer je wat homologe, analoge en rudimentaire lichaamsdelen zijn. Tot slot leer je hoe je een evolutionaire stamboom kunt lezen en wat deze laat zien over afstamming en verwantschap.
Lesdoelen
- Je kunt onderzoeksmethoden naar verwantschap noemen.
- Je kunt uitleggen wat homologe en analoge lichaamsdelen zijn.
- Je kunt uitleggen wat rudimentaire lichaamsdelen zijn.
- Je kunt een evolutionaire stamboom aflezen.
- Je kunt uitleggen wat een gemeenschappelijke voorouder is.
Lesinhoud
1. Onderzoek naar verwantschap
Biologen onderzoeken verwantschap tussen soorten op verschillende manieren.
Vergelijking van de anatomie
- Door de bouw van organismen met elkaar te vergelijken.
- Ze kijken naar overeenkomsten en verschillen in lichaamsdelen.
DNA-analyse
- Hierbij wordt de nucleotidenvolgorde (DNA-sequentie) bepaald.
- Hoe meer overeenkomsten in het DNA, hoe nauwer de verwantschap.
2. Homologe en analoge lichaamsdelen
Homologe lichaamsdelen
- Hebben hetzelfde bouwplan.
- Ontstaan door verwantschap.
- De functie kan verschillen.
Dit betekent dat soorten een gemeenschappelijke voorouder hebben.
Analoge lichaamsdelen
- Hebben dezelfde functie.
- Hebben een verschillend bouwplan.
Deze zijn niet ontstaan door nauwe verwantschap.
3. Rudimentaire lichaamsdelen
- Hebben hun oorspronkelijke functie verloren.
- Zijn overblijfselen van structuren uit het verleden.
Ze geven informatie over de evolutie van een soort.
4. Evolutionaire stamboom
Een evolutionaire stamboom:
- Geeft verwantschap weer tussen soorten.
- Laat zien van welke gemeenschappelijke voorouder soorten afstammen.
Hoe dichter twee soorten bij elkaar op de stamboom staan, hoe nauwer ze verwant zijn.
De mate van verwantschap wordt bepaald door het aantal generaties sinds de gemeenschappelijke voorouder.
Praktische toepassingen
- Je kunt bij het vergelijken van dieren nadenken of lichaamsdelen homologe of analoge structuren zijn.
- Je kunt begrijpen waarom DNA-onderzoek belangrijk is bij het bepalen van verwantschap.
- Je kunt een stamboom gebruiken om te zien welke soorten het meest verwant zijn.
- Je kunt verklaren waarom rudimentaire organen aanwijzingen geven over evolutie.
Controlevragen en antwoorden
-
Vraag: Noem twee manieren om verwantschap te onderzoeken.
Antwoord: Vergelijking van de anatomie en DNA-analyse.
-
Vraag: Wat zijn homologe lichaamsdelen?
Antwoord: Lichaamsdelen met hetzelfde bouwplan door verwantschap, maar met mogelijk verschillende functies.
-
Vraag: Wat zijn analoge lichaamsdelen?
Antwoord: Lichaamsdelen met dezelfde functie maar een verschillend bouwplan.
-
Vraag: Wat zijn rudimentaire lichaamsdelen?
Antwoord: Lichaamsdelen die hun oorspronkelijke functie verloren hebben.
-
Vraag: Wat laat een evolutionaire stamboom zien?
Antwoord: De verwantschap en afstamming van soorten en hun gemeenschappelijke voorouders.
Toetsvragen
- Wat wordt bedoeld met DNA-analyse bij onderzoek naar evolutie?
- Wat zegt een grote overeenkomst in DNA over verwantschap?
- Wat is het verschil tussen homologe en analoge lichaamsdelen?
- Waarom wijzen homologe structuren op verwantschap?
- Wat zijn rudimentaire lichaamsdelen?
- Wat geeft een evolutionaire stamboom weer?
- Wat betekent gemeenschappelijke voorouder?
- Hoe bepaal je de mate van verwantschap in een stamboom?
- Waarom is anatomisch onderzoek belangrijk bij evolutie?
- Wat kan een rudimentair orgaan vertellen over het verleden van een soort?
Referentie
Bron: h_T4_Samenvatting.pdf oai_citation:0‡h_T4_Samenvatting.pdf