• Nieuwe lichaamscellen worden gevormd door mitose.
Geslachtscellen worden gevormd door meiose.
De geslachtscellen bevatten de helft van het aantal chromosomen
vergeleken met het aantal chromosomen in een lichaamscel.
• Lichaamscellen zijn diploïd: chromosomen zitten in paren in de celkern.
Geslachtscellen zijn haploïd: chromosomen zijn enkelvoudig.
Zodra een haploïde eicel bevrucht is door een haploïde zaadcel,
ontstaat een diploïde cel.
• De cel waar de deling mee begint, noem je de moedercel.
De cellen die bij de deling ontstaan, zijn de dochtercellen.
• De mitose bestaat uit de interfase en de m-fase.
De interfase bestaat uit de onderstaande fasen:
G1-fase:
Een menselijke cel bevat 46 chromosomen in 23 paren.
De chromosomen bestaan uit één chromatide.
Stofwisselingsprocessen en plasmagroei vinden plaats.
S-fase:
Van alle chromosomen wordt een kopie gemaakt.
Aan het einde van de S-fase bestaan alle chromosomen uit twee chromatiden.
Het originele exemplaar zit via het centromeer verbonden aan de kopie.
Tijdens de S-fase vindt controle van het DNA plaats.
G2-fase:
De cel wordt klaargemaakt voor de m-fase.
Er worden stoffen geproduceerd die nodig zijn voor de celdeling.
Tijdens de G2-fase vindt opnieuw controle van het DNA plaats.
Na de interfase komt de cel in de m-fase.
De moedercel splitst tijdens deze fase in meerdere stappen in twee dochtercellen.
De m-fase bestaat uit de onderstaande fasen:
Profase:
De chromosomen spiraliseren. De DNA-strengen wikkelen zich rond eiwitten.
Het kernmembraan verdwijnt en het spoelfiguur vormt.
Metafase:
De chromosomen vormen een rij op het equatoriaalvlak.
De draden van het spoelfiguur hechten aan de centromeren.
Anafase:
De twee chromatiden van elk chromosoom worden uit elkaar getrokken.
Aan beide kanten van de cel verzamelen zich twee identieke sets chromosomen.
Vanaf dit moment bestaan de chromosomen weer uit één chromatide.
Telofase en cytokinese:
De cel snoert af en er ontstaan twee dochtercellen.
Om de chromosomen heen vormt een nieuw kernmembraan.
Na de telofase vindt plasmagroei plaats: cytoplasma en organellen worden gevormd.
De dochtercellen groeien hierdoor.
Veel cellen delen niet doorlopend.
Vaak komt één van de twee dochtercellen na de deling in een rustfase.
Deze rustfase wordt de G0-fase genoemd.
| Fase | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| Profase | Chromosomen zichtbaar, kernmembraan verdwijnt |
| Metafase | Chromosomen liggen in het midden |
| Anafase | Chromatiden trekken uit elkaar |
| Telofase | Nieuwe kernen vormen zich |
| Cytokinese | De cel splitst in twee |