veel mensen gaan graag op vakantie.
een reis geeft rust en nieuwe zin.
sommigen gaan naar zee of bos.
anderen kiezen een dorp in frankrijk.
op vakantie zie je vaak iets nieuws.
je kunt lopen langs duin en pad.
veel kinderen spelen lang buiten.
zij zoeken schelpen of bouwen zand.
bij warm weer is water heel fijn.
een meer of zee trekt veel mensen.
in de bergen is de lucht vaak koel.
daar kun je klimmen of rustig gaan.
een tent voelt klein maar vaak knus.
veel gezinnen slapen in een huisje.
soms ga je ver weg met vliegtuig.
maar dicht bij huis kan ook heel leuk.
een trein reis geeft tijd om te zien.
uit het raam zie je veld en stad.
op een markt proef je brood of kaas.
lokaal eten maakt een reis apart.
veel fotos helpen bij later denken.
een kaart helpt goed bij nieuwe wegen.
soms regent het en blijf je binnen.
dan lees je fijn of speel je spel.
veel mensen nemen ook boeken mee.
een dagje niets doen kan heerlijk zijn.
na een reis kom je vaak blij thuis.
je hebt dan veel verhalen te delen.
een korte trip kan al veel doen.
rust helpt lijf en hoofd weer goed.
vakantie past bij zomer maar ook herfst.
in de winter is sneeuw soms een feest.
de lente geeft bloesem en jonge blaad.
elk land heeft eigen taal en geur.
nieuwe klank maakt reizen vaak boeiend.
samen weg gaan geeft mooie band.
soms reis je alleen en leer je veel.
je merkt wat je mist en graag ziet.
thuis voelt soms nieuw na lange dagen.
zo blijft vakantie lang in je hoofd.