In Excel worden gegevens in cellen geplaatst. Iedere cel heeft een uniek adres dat bestaat uit een kolomletter en een rijnummer.
Bijvoorbeeld: de cel in kolom B en rij 5 heeft het adres B5.
Bij het maken van berekeningen gebruik je celadressen in formules om de inhoud van cellen bij elkaar op te tellen of te vermenigvuldigen.
Tijdens het doorvoeren van formules past Excel automatisch de celadressen aan op basis van hun positie. Dit heet relatieve celadressering.
Download: Werkmap 5 Celadressering
In dit bestand staan de verkoopcijfers van chocoladerepen en blikjes Cola.
Controleer de automatisch aangepaste formules in D7 tot en met D10. Deze formules zijn aangepast aan de rijen waarin ze zijn gekopieerd.
In sommige berekeningen wil je dat een celadres niet automatisch wordt aangepast bij het doorvoeren van formules. Dit heet absolute celadressering.
Door een dollarteken ($) toe te voegen vóór de kolomletter en/of rijnummer, maak je het celadres absoluut.
In het bestand zie je een overzicht van de verkoopcijfers van blikjes Cola van week 1 tot en met week 5.
De prijs per blikje staat in cel B14.
=$B$14.| Functie | Sneltoets |
| Celadres absoluut maken | Plaats $ (Shift + 4) voor kolomletter en/of rijnummer |