Met Word kan je teksten lezen, maar ook zelf teksten maken en opslaan. Om dit te kunnen doen moet je eerst het programma Word starten.
Start Word. Typ een regel tekst. Sluit Word weer.
Zo doe je dat!
Start Word maar typ nu GEEN tekst. Als je daarna Word sluit, krijg je dan ook de vraag of je het document wilt bewaren?
Startmenu, WINDOWSTOETS
Naar bureaublad, WINDOWSTOETS + D
Word sluiten, ALT + F4
Opdracht
Start Word. Typ een regel tekst. Sluit Word weer.
Zo doe je dat!
Opdracht
Start Word maar typ nu GEEN tekst. Als je daarna Word sluit, krijg je dan ook de vraag of je het document wilt bewaren?
Tip: Word starten vanaf je bureaublad
Word kun je ook makkelijk starten als vanaf het bureaublad.
Mogelijk moet je Word eerst op je bureaublad laten zetten. Vraag in dat geval hulp van je docent.
Opdracht
Start Word vanaf het bureaublad, en sluit het weer.
Zo doe je dat!
###
Start Word en druk Escape, zodat je in Document 1 staat.
Word staat nu in een venster op een scherm. Het Word venster bestaat uit verschillende onderdelen. Sommige van deze onderdelen kun je veranderen of zelfs verbergen. Je scherm kan er dus iets anders uitzien dan in deze beschrijving!
Bovenaan het venster staat over de hele breedte een smalle strook. Dit is de titelbalk. In het midden van de titelbalk staat de naam, ofwel titel, van het document waaraan je werkt. Daarachter staat de tekst “Microsoft Word”.
Links op deze strook, helemaal in de linker bovenhoek, staat de knop Systeemmenu. Deze knop niet zichtbaar, maar is wel met sneltoetsen op te roepen. Via deze knop kun je opdrachten geven die te maken hebben met de grootte van het venster van Word.
Helemaal rechts op de titelbalk staan ook 3 knoppen om de grootte van het venster te wijzigen of Word mee af te sluiten. Deze knoppen kun je alleen met de muis bedienen.
Onder de titelbalk staat een strook met plaatjes over de hele breedte van het venster. Dit is het lint. Met het lint kun je allerlei opdrachten geven. Dit gaat makkelijk met de muis, maar niet makkelijk met het toetsenbord. Gelukkig kun je de meeste opdrachten ook op een andere manier geven.
Links naast het lint staat nog de tab Bestand. Deze hoort niet bij het lint maar bevat ook een aantal opdrachten.
Onder het lint staat het documentvenster. In dit grote venster kun je je tekst typen.
Boven het document staat een liniaal met cijfers. Onder het document staat een brede balk. Dit is de statusbalk. Hier vind je aan de linkerkant informatie over je document, zoals op welke pagina je werkt. Helemaal rechts op de statusbalk staan knoppen op waarmee je de weergave op je scherm kunt aanpassen, zoals het groter weergeven van de tekst.
Sneltoetsen
Statusbalk opvragen, F6, daarna weer terug met SHIFT + F6
Sneltoetsen Supernova
Titelbalk opvragen, NUMERIEK 7 of NUMERIEK 9
Titelbalk opvragen (laptop), CAPSLOCK + PAGE UP of CAPSLOCK + B
Statusbalk opvrage, NUMERIEK 2
Sneltoetsen Jaws
Titelbalk opvragen, Insert + T
Statusbalk opvragen, Insert + PageDown
Sneltoetsen NVDA
Titelbalk opvragen, Insert + T
Statusbalk opvragen, Insert + END of SHIFT + INSERT + END